< Terug naar het overzicht

Droombanen: gitarist Per-Olov Kindgren

Vrijwel iedereen droomt er wel eens van: een baan die de perfecte mix biedt van voldoening, uitdaging en beloning. Sommigen hebben zo’n droombaan. Ik sprak met een van de ‘lucky few’: de Zweedse klassieke gitarist Per-Olov Kindgren.

 

20 Mei, 2015

 

Met de ideale baan gaat het meestal net als met dromen in het algemeen: het blijft bij ‘praten over’. Van de Nederlanders heeft slechts 18% een droombaan, zegt onderzoeksinstituut TNS NIPO. Voor Britten, aldus een onderzoek van Bing, de zoekmachine van Microsoft, geldt dat 1 op de 5 van baan wil veranderen, maar die stap niet zet door gebrek aan geld of de juiste vaardigheden. In de VS ligt het percentage op 14%, meldde Reuters in 2013.

 

Per-Olov, zie jij het beoefenen van klassieke gitaarmuziek als jouw droombaan? Waarom?

 

Ja. Maar ik zie het niet echt als een baan, eerder als een roeping. Je leeft je droom, of niet. Zo simpel is het. Maar als je het perse als werk wilt zien: ja, dan is het absoluut een droombaan, want daardoor kan ik mijn enige grote interesse, mijn hobby, uitleven. Hoeveel mensen kunnen dat zeggen? Het leven als klassieke gitarist geeft me vrijheid. Dat koester ik zeer. Ik werk wanneer en zo vaak als ik wil. En ik heb altijd het geluk gehad veel met mijn gitaar rond te kunnen reizen. Dat zag ik echt als een voorrecht. Je ontmoet veel leuke mensen en getalenteerde studenten van allerlei leeftijden.

Ontbreekt er echt niets aan?

Jawel. Het kan een behoorlijk eenzaam leven zijn. Leven als muzikant valt soms moeilijk te combineren met een leven met je vrouw en kinderen. En je hebt ook de neiging een beetje egocentrisch te worden: alles draait om jouw muziek, het uitoefenen van je vak, je reisschema.

Kun je enkele beslissende momenten in je muzikale reis noemen die je hebben gebracht tot waar je nu bent?

Mijn reis begon toen ik op mijn zesde besloot – ja, ik koos er echt voor! – gitarist te worden. Ik heb altijd geweten dat het mijn droom was, mijn roeping. De eerste stap was het vinden van een klassieke gitaarleraar. Ik had het geluk er een te vinden in Torvald Nilsson (1946-2013). Ik was toen zestien en ging nog steeds naar de middelbare school. Torvald veranderde mijn leven in veel opzichten. Teveel mensen die graag gitarist willen zijn, denken dat ze zichzelf wel kunnen onderwijzen, naar eigen inzicht of via YouTube. Onmogelijk! Een goede, gekwalificeerde en toegewijde muziekdocent is de enige manier om het vak echt te leren. Professionele en persoonlijke begeleiding is onmisbaar. We vergeten vaak dat de meester-leerling methode al honderden jaren gebruikt wordt: het internet heeft de basisprincipes achter die methode niet veranderd.

De tweede belangrijke stap in mijn carrière hangt samen met een bewuste keuze me te focussen op de expressieve kant van muziek, in plaats van indruk te maken op publiek. Voor mij heeft muziek alles te maken met het uiten van gevoelens door middel van klank en geluid, en niet zozeer met: ‘Kijk hoe snel ik speel!’

We hebben allemaal dromen en fantasieën, en soms zien we zelf het verschil niet tussen de twee. Hoe kwam je erachter dat jouw droom het najagen waard was?

Pas op mijn zeventiende realiseerde ik me dat ik een professionele gitarist kon worden. Daarvoor had niemand me dat ooit verteld. Ik had er geen idee van hoe mijn toekomst eruit zag. Met de hulp van Torvald Nilsson lukte het me een studie te beginnen op de Koninklijke Deens Muziekacademie in Kopenhagen (DKDM) waar professor Per-Olof Johnson (1928-2000) mijn leermeester werd. Gedurende die acht jaar dat ik daar studeerde, kwam ik erachter dat ik waarschijnlijk zou eindigen als klassieke gitaardocent die af en toe op de planken zou staan. Zo verliep het ook in de jaren na mijn studie. Tot ik in 2007 een video plaatste op YouTube. Dat veranderde opnieuw mijn leven. Ik wist toen dat mijn lang gekoesterde droom werkelijkheid kon worden.

 

Bedoel je dat YouTube voor je doorbraak zorgde?

Ik speelde al meer dan 17 jaar in een gitaarkwartet voordat het internet en Youtube belangrijk werden. We deden ruim 400 concerten en brachten een cd uit in 1992. Dus in veel opzichten heb ik altijd al opgetreden. Maar er is geen twijfel over mogelijk: het was YouTube dat mijn carrière een boost gaf. Opeens was ik in staat mijn verzameling aan composities en arrangementen aan een groot publiek te presenteren. Dat had ik nooit voor elkaar gekregen met het geven van concerten; daar zouden geen 100.000 bezoekers op af komen. YouTube daarentegen biedt een potentieel miljoenenpubliek. Ik verbaas me er nog steeds over.

Hoe hebben jij en YouTube elkaar gevonden?

 

In 2006 vroeg een van mijn studenten mij waarom ik geen video van mijn muziek op YouTube plaatste. Mijn antwoord was: ‘U2? Is dat niet een band?’ Ik had nog nooit van YouTube gehoord. Maar ik had een videocamera en een paar goede microfoons, dus ik dacht: waarom ook niet? De respons was ongelofelijk. Ik begon elke week nieuwe video’s te plaatsen. Tegelijkertijd opende ik een webshop en begonnen veel mensen interesse te tonen in mijn tabs en bladmuziek.

Wat maakt de meester-leerling methode zo bijzonder?

 

De kracht zit ’m in het persoonlijke, directe contact. Als student moet je luisteren naar je leermeester. Je probeert in ‘real time’ te reproduceren wat je hoort en ziet. Dat vraagt natuurlijk wel om een goede leraar; een die werkelijk kan spelen en tegelijkertijd pedagogische kwaliteiten heeft. Helaas komt die combinatie weinig meer voor vandaag de dag.

Voor mij was Torvald Nilsson enorm inspirerend. Zelfs jaren nadat ik lessen van hem  gehad, raakte ik nog geïnspireerd als ik alleen al zijn stem door de telefoon hoorde. Na zo’n gesprek pakte ik steevast mijn gitaar om weer urenlang te oefenen. Torvald inspireerde zijn studenten als een ware meester. Hij leerde me te luisteren naar andere gitaristen, niet te kopiëren wat ik hoorde, maar in plaats daarvan het op mijn eigen manier beter te doen.

Wat is je grootste obstakel, of uitdaging, geweest op je reis?

 

De  grootste uitdaging is mensen aan het luisteren krijgen. Naar die kleine details in de muziek. De stiltes tussen de noten. Tussen twee noten zit genoeg muziek om een symfonie te vullen. Wanneer je dat eenmaal hebt leren horen, zal je dat blijven verwonderen. Het werkt kalmerend, verademend, en is prachtig. In die zin is internet niet altijd een zegen. We worden overspoeld met materiaal op Youtube, Vimeo, Dailymotion en andere kanalen. Het vinden van echt goede muziek kan moeilijk zijn. Iedereen kan een video maken en uploaden. Op zichzelf is dat natuurlijk mooi; maar de kwantiteit gaat niet altijd gelijk op met de kwaliteit.

 

Hoe klinkt stilte?

 

Stilte is altijd afhankelijk van de klanken die ervoor en erna komen. Stilte kan zelfs oorverdovend zijn. Het anticipeert ook op het geluid dat volgt. Wanneer je je probeert te focussen op de stilte in plaats van op noten en klanken, dan hoor je veel nieuwe dingen. Je moet er wel moeite voor doen, maar het is te leren.

Als gitarist ben ik altijd gefocust op de tijd tussen noten in. De gitaar is bijna het enige instrument dat twee vingers en twee handen vereist om één noot te maken. Lopen deze twee handen en vingers niet synchroon, dan creëer je onvermijdelijk een milliseconde van stilte tussen de noten. Om dit te vermijden spelen we soms slurs – zoals ties, of legato – maar wanneer dat om technische of muzikale redenen geen optie is, moeten we in staat zijn vloeiend en perfect synchroon te spelen. Op dat moment wordt de stilte belangrijk. Die milliseconde van stilte is zo ontzettend essentieel voor het geheel aan muziek. Als je mij hoort spelen, dan zul je opmerken dat ik zo vaak als mogelijk legato speel. Dat komt omdat ik in staat wil zijn gebruik te maken van die microstiltes tussen de noten.

 per-olov-logo

Je zegt dat je als muzikant als het ware ‘naar binnen kijkt op zoek naar gevoelens die je vervolgens via muziek uit’. Hoe ga je hier mee om? Kun je een poging wagen die innerlijke zoektocht te analyseren?

 

Dat is een moeilijke vraag. Ik denk dat ik hier al antwoord op gegeven heb door te zeggen dat expressie het voornaamste doel is wanneer ik speel.  Voor mij is daar niets spiritueels aan, hoewel ik van veel mensen te horen krijg dat ze God danken voor mijn muziek. Er is verder ook niets mysterieus aan, sorry. Waarschijnlijk is het vooral een kwestie van emotie. Ik zie mezelf als een schilder die schildert met klank in plaats van met kleuren.

In de muziekindustrie draait het steeds meer om uiterlijke zaken als succes, geld, opvallen. Hoe behoud je die ‘innerlijkheid’ en stilte?

Ik zie daar geen spanningsveld. Als ik een leuk, innerlijk stuk schrijf – ik heb er veel geschreven voor mijn geliefde, Marie – en anderen willen dat spelen of beluisteren op een van mijn CD’s, dan is dat super. Ze kunnen zelf mijn bladmuziek, tabs of CD’s kopen en de muziek gebruiken. Als ik speel of componeer doe ik dat niet voor het geld of welk ander gewin dan ook. Ik componeer gewoon op basis van wat ik voel. Als bladmuziek of een CD daar het resultaat van is, dan ben ik blij. En dan hoop ik dat andere mensen genieten van het spelen van of luisteren naar mijn muziek.

Dat lijkt gemakkelijk gezegd voor iemand die al bekend en succesvol is. Hoe ging jij om met dat spanningsveld toen je een beginneling was: in je levensonderhoud voorzien en tegelijkertijd je droom najagen?

Voor mij is het nu makkelijk praten, daar ben ik me bewust van. Maar ik voelde nooit een spanningsveld zoals jij dat beschrijft. Als ik niet slaagde als artiest kon ik terugvallen op mijn werk als klassieke gitaardocent. Dat was tenslotte ook een onderdeel van mijn masteropleiding aan de Koninklijke Deense Muziekacademie. Ik vertel studenten die dromen van een carrière als gitarist altijd dat ze hun opleiding moeten afronden met goede cijfers, zodat ze voldoende opties hebben als hun artistieke loopbaan niet van de grond komt. Maar, nogmaals, als je je geen andere carrière voor kunt stellen, ga er dan voor!

Ik voel me ontzettend bevoorrecht. Ik kan in mijn levensonderhoud voorzien door mijn muziek en het spelen van gitaar. Wat wil een mens nog meer? Soms benijd ik mensen die voor hun plezier spelen, of als hobby, omdat het leven van een professioneel muzikant niet altijd over rozen gaat. Ik componeer niet voor geld. Als iemand een van mijn stukken waardeert, dan ben ik blij dat ze er een paar euro voor overhebben, maar ik maak nooit muziek om het te verkopen. Ik speel concerten voor het geld, dat klopt. Dat is mijn baan. Ik moet eten. En er gaat heel veel tijd en geld zitten in het voorbereiden van een concert. Maar zelfs in het betaalde werk, zijn de innerlijke drijfveren altijd aanwezig. Als die er niet waren, zou ik niet eerlijk naar mijzelf zijn. Mensen zouden dat snel doorhebben. Het zou niet lang standhouden.

Heb je een persoonlijke Top 5 aan composities die de kern van jouw muziek raken, meer dan andere stukken?

Een top vijf? Niet echt eigenlijk. Ik denk altijd dat mijn meest recente compositie de beste is – totdat ik weer een nieuw stuk componeer. Natuurlijk zijn er stukken waar ik meer trots op ben dan andere. Lullaby For Veronica bijvoorbeeld, of Suite del Sur (opgedragen aan Piazzolla), Estampas (Spaanse suite) en andere. Francisco Tárregas’ Capricho Arabe beschouw ik als een van de meest briljante geschreven stukken voor de gitaar. En Benjamin Britten’s Nocturnal. Prachtige muziek. En tenslotte alle gitaararrangementen door J.S. Bach.

 

Welke andere artiesten of mensen in het algemeen vormen een inspiratiebron voor je werk?

Toen ik jong en ambitieus was, was Julian Bream mijn grote inspiratie. Dat is hij nog steeds. Maar muzikanten als Glenn Gould, David Russell, Astor Piazzolla en Django Reinhardt hebben me ook geïnspireerd gedurende mijn leven.

Waarom Julian Bream?

Vooral omdat hij alles geeft wanneer hij speelt. Hij maakt veel fouten tijdens live optredens maar dat komt omdat hij risico’s durft te nemen! Ik zie hem meer als muzikant dan als gitarist. John Williams daarentegen is meer een gitarist dan een muzikant voor mij… dat is een groot verschil. Ik herinner me de sound die Bream creëerde op zijn album “Dedicated” nog goed. Wow, dat geluid! Zijn versie van J. Rodrigo’s “Concerto de Aranjuez” is de enige die me nog steeds ontroert.

Wat is je grootste angst als artiest en hoe ga je daar mee om?

Ik denk dat de grootste angst is in de vergetelheid te raken en niet in staat zijn te voldoen aan de verwachtingen van je fans. Elke volgende compositie of CD moet beter zijn dan de vorige. Ik heb ermee leren omgaan toen ik me realiseerde dat al mijn luisteraars mijn stukken leuk vinden, ongeacht of ik vind dat sommige niet mijn beste zijn. Er zijn vele smaken en meningen in de wereld. Gelukkig maar, denk ik dan.

 

Zijn er tot slot nog belangrijke lessen die je wilt meegeven aan (toekomstige) artiesten?

 

Wees altijd jezelf. Luister naar andere gitaristen, maar kopieer ze niet. Persoonlijk heb ik zo veel geleerd van Julian Bream, John Williams, David Russell en zelfs André Segovia – ook al ben ik het niet altijd eens met de manier waarop hij muziek maakt. Maar ik heb hun stijl nooit proberen te kopiëren.

Zet altijd de muziek op de eerste plaats, nooit jezelf. Wanneer je nerveus bent voor een optreden, komt dat waarschijnlijk omdat je meer bezorgd bent over wat mensen over je zullen denken dan waar de muziek over gaat. Mijn motto: het gaat altijd om de muziek!

Een kortere versie van dit interview is beschikbaar op LinkedIn.   Voor een Engelse versie, klik hier.